Mijn vrouw tuimelt haast voorover. Ze doet me denken aan de Roemeense boeren die in de zomerzon hun shirt over hun bierbuik rollen. Het valt de buren inmiddels ook op. ‘Er groeit iets in haar.’ Ik moest wel toegeven. Zo is het, buurvrouw, zo is het. Onze nazaat – projectnaam: Kleine Poop, Nederlands uitgesproken – laat niet lang meer op zich wachten. Volgens de berekeningen van de verloskundige en de nacalculatie van mijn geliefde puft en blaast en perst mijn vrouw over een maand een nieuw leven in ons leven. Ik zal naast haar staan en proberen om niet flauw te vallen.