Koffie

Ik heb mezelf voorgenomen om elke week een stukje te schrijven. Het hoeft niet altijd groot(s) of viraal. Een vingeroefening, meer is het niet. Een moetje omdat het mag. Het is nu week tien, dus dit wordt mijn tiende. Ik hoef nog maar tweeënveertig keer ergens iets van te vinden. Tweeënveertig. Het lijkt me geen goed voorteken als iemand in maart alweer aftelt naar een oliebol. De champagne zal me goed smaken. 

Mien laand

Groningen van het gas af, dat klinkt leuk. Groningen aan het uranium, dat is nog wel even wennen. Mark Rutte vond het een gaaf plan om van Grönnen een energieprovincie te maken en er een kerncentrale neer te zetten. Hij jokte in het ‘diepgaande’ televisiedebat op RTL4 dat de Groninger het met hem eens is. Iedereen die wel eens in het noorden is geweest, weet dat de Groninger het in principe altijd oneens is. Het is een beetje zoals dat mopje dat mijn schoonvader – een Drent uit Groningen – graag vertelt: God schiep de Groninger en de Groninger zei tegen God: ‘Goa van mien laand oaf!’