Ik heb eenmaal de hand geschud van Peter Cornelis Müller, die ik A.L. Snijders noem. Het moet in 2012 zijn geweest, want dat heb ik opgezocht. Ik parkeerde de auto haast voor het adres dat ik had doorgekregen. Het zaaltje zag wit als filmhemels. Overal waar ik keek stonden schrijvers. Snel dronk ik een pilsje, zodat ik op zoek kon naar een tweede.