Precies na een uur rijden parkeerde ik de auto aan de rand van het park. De Delftenaar ging aan mijn bezoek voorbij en liep de lente binnen. Ik controleerde of de aankomsttijd strookte met mijn afspraak, trok mijn overhemd recht, streek mijn wenkbrauwen op hun plaats en vroeg me ondertussen opnieuw af of ik er goed aan had gedaan om de uitnodiging te accepteren. Aan de andere kant: ik mocht het huis weer eens uit.