Afgelopen zaterdag was ik te gast in Een goedemorgen met… op NPO Klassiek. Twee uur lang klonk de muziek die ik zelf had uitgekozen. Dat was een eer en ongelooflijk leuk bovendien.
En ja, laat ik gewoon eens starten met de bekentenis waarmee ik de uitzending ook begon: ik had daar liever gezeten als muzikant dan als schrijver. Maar ik ben amuzikaal. Ik heb wel geprobeerd om gitaar te leren spelen (in de hoop dat ik kon doorstoten naar de viool), maar die snaren hebben nooit naar me willen luisteren (en ik wel naar hen, knullig). Daarom vertel ik mijn verhalen met letters in plaats van met noten.
Maar, en verder ga ik niet herhalen wat ik in de uitzending al heb gezegd, schrijf ik altijd met muziek aan. Dat helpt me afreizen naar een andere wereld. Ik luister naar mijn eigen speellijsten of ik laat me verrassen door de klassieke radiozender.
Ik houd ervan.
Ter voorbereiding op de uitzending ben ik op zolder gaan turven in de platencollectie van mijn opa, die ik heb geërfd. Ik wist dat ik daar graag iets van wilde laten horen op de radio. Smaak blijkt genetisch overdraagbaar. Ik koos voor zijn favoriet: Beethoven. De rest van de ochtend wijdde ik vooral aan de andere kant van de familie. Mijn vader is in Transsylvanië geboren. Dat Roemeense deel werd tijdens mijn opvoeding diep weggestopt, maar vloeit er via mijn werk als schrijver weer uit. Dus draaide ik de Balada van Ciprian Porumbescu, die urenlang achter elkaar aanstond toen ik aan Verdwenen grenzen zwoegde.
En Enescu moest erbij, het wonderkind dat op zijn zevende naar het conservatorium in Wenen ging, terwijl ik op mijn zevende een beetje doelloos met mijn Game Boy zat te spelen. Wel aardig: bij het doorspitten van de speellijsten van de zender kwam ik erachter dat Enescu opvallend vaak ‘s avonds of ‘s nachts klinkt. Daar hebben we zaterdag iets aan gedaan. Enescu bij het ontbijt.
Enfin, ik ben nu toch alles een beetje aan het weggeven. Maakt het ook uit. Wie weet wil je de uitzending helemaal niet terugluisteren. Soit. Ik koos voor Fărâmiță Lambru, accordeonist en lăutar uit Boekarest, voor mijn overleden vader die op zijn bureau handgeschreven briefjes bewaarde met zijn favoriete liedjes. Ik draaide ook Taraf de Haïdouks, voor mijn zoon Fons. Slapen was jarenlang een probleem, tot ik bij toeval ontdekte dat hij van opzwepende Oost-Europese muziek en klezmer houdt. Speaker op zijn kamer, afspelen, slapen.
De redactie was zo fijn en dacht overal in mee en had er zelf minstens zoveel zin in als ik. Dat hoor je terug in de uitzending – trouwens, in alle uitzendingen van Een goedemorgen met… Er luisteren niet voor niets honderdduizend mensen naar dit fantastische programma. Dat gaat zelfs mijn verbeelding te boven. Twee keer de Arena. Zo is het ook wel weer. Ik merkte dat in Google: ineens werd ik meer dan duizend keer gekoekeld. Dat vind ik een groot compliment, want laten we eerlijk zijn, wie is Stefan Popa nou eigenlijk?
Soms heeft zelfs Stefan Popa daar geen antwoord op.
Twee dingen daarover. Ten eerste: bijna honderdduizend mensen luisteren op een zaterdagochtend naar deze fantastische zender. In tijden van culturele bezuinigingen mag dat weleens hardop gezegd worden. Wie bespaart op cultuur, bespaart niet op het verleden maar op de toekomst. (Vooruit, die heb ik ook tijdens de uitzending gebruikt, maar nondeju, het is waar!)
Ten tweede, en dat hoop ik oprecht: dat er sinds de uitzending nog veel meer is gezocht op de namen die ík noemde. Op de naam Ciprian Porumbescu, geboren in het uiterste noorden van Roemenië dat door een speling van het lot nu in Oekraïne ligt. Op de naam George Enescu. Op de naam Eugen Cicero. Op de naam Fărâmiță Lambru, jarenlang de vaste partner van (opnieuw: op de naam) Maria Tănase. Op de naam Tose Proeski, de veel te vroeg gestorven Balkan-Elvis, die één fabelachtig mooi lied opnam in het Aroemeens. Op de naam Angela Gheorghiu, die zingt over de boom in de tuin van haar ouderlijk huis. Op de band Taraf de Haïdouks. Op de namen Leoš Janáček, Giora Feidman, Howard Shore en op de naam Kōji Kondō, want ik heb de Super Mario Retro Suite laten draaien op NPO Klassiek en dat maakt me al heel de week ontzettend vrolijk.
Ik eindigde zogezegd met klezmer. Waarom? Omdat ik een naïef mens ben. Bij elk conflict denk ik: laten we aan tafel gaan, veel eten, nog meer drinken, muziek(!) erbij, en aan het eind van de avond begrijpen we elkaar. Dus daarom Giora Feidman: Let’s be happy.
En ik heb mijn moeder de groetjes gedaan op de radio.
