Zeg in ieder geval dat het lief is

Het is tijd. Zojuist heb ik mijn tweede roman ingeleverd bij mijn uitgeverij. ‘Definitief’, heb ik aan de documenttitel toegevoegd, zodat er geen misverstanden over kunnen ontstaan. A27 is af. Alsjeblieft uitgever, alsjeblieft vormgever, alsjeblieft drukker, alsjeblieft lezer. Take it away! Ik ben opgelucht. De metafoor is eerder gebruikt door andere auteurs, misschien zelfs te vaak, maar schrijven is als een zwangerschap, als een bevalling. Je draagt iets in je, iets wat steeds meer vorm krijgt, iets wat je emoties in de war schopt (soms huil je, soms lach je, vaak weet je niet waarom) en uiteindelijk moet je het eruit persen. En dan de vertedering als je het eindresultaat in je armen wiegt.

Receptuur: Hoe bereid je een merel?

Thrillers uit het buiten- en binnenland, een stapeltje oude Bosatlassen, twee dozen met vergeelde literatuur en kasteelromannetjes voor een euro. In een fruitkistje op de grond liggen wat streekromans. Dit marktkraampje heeft alles. Ik blader door een wijngids. Ik lees wat over zuurtjes en zoetjes en kruidige afdronken. Eigenlijk lust ik alle wijnen, dus eigenlijk heb ik geen gids nodig. Een goed verhaal is wat ik nodig heb. Een man met een prachtige witgrijze baard vraagt of hij iets voor mij kan betekenen. ‘Ik ben niet meer te helpen,’ antwoord ik. Hij knikt. Het merendeel van de boeken is oud. De omslagen zijn rustig, van een design is in veel gevallen geen sprake. Boeken met alleen een titel en een auteursnaam op een eenkleurig vlak. Mooi, vind ik. Soms pak ik er één op, en altijd leg ik ze weer terug omdat ik mijzelf op boekendieet heb gezet.