– Kom je hier vaker? – Meestal één keer per jaar. Soms twee keer. – Ja, ik wilde net zeggen: volgens mij zag ik jou gisteravond ook lopen. – Is dat zo? – Ik weet het vrijwel zeker. Ik heb alle avonden tot nu toe meegemaakt. Eergisteren was je er niet, maar gisteren viel je mij op. – Is dat echt zo? – Zeker te weten. Je bent een mooi meisje. Mooie meisjes vergeet ik niet. – Dankjewel, denk ik. – Ben je hier alleen? – Nee, met een vriendin. Ik heb hier met haar afgesproken. – Dus niet met een vriendje? – Nee. – Lucky me, zeggen ze dan in het Engels. – I suppose. – Hoe heet je? Ik vind het ook weer zo wat om je telkens ‘meisje’ te noemen. – Meisje is prima hoor. – Ik heet Peter. Maar je mag mij ook jongen noemen, als je wil.