Een groet doet goed / Een groet voelt goed

Ik knik. Dat doe ik wel vaker, knikken. Ik heb de gedateerde gewoonte om mijn medemens te groeten tijdens een wandeling door een park of tijdens de glibberige queeste die leidt naar de supermarkt. Ik kijk de tegenligger in de ogen (eerste fase), druk mijn tweede welvaartskin tegen mijn adamsappel (tweede fase) en wens hem of haar een uitmuntende morgen, middag of avond (de derde fase).