De val van een rode kater

Een rode kater doorklieft het gras en schiet de zomereikenboom in. Ik druk mijn neus tegen het raam, maar de rode en oranje herfstbladeren maken het dier onzichtbaar. Voor eventjes dan. De vallende bladeren verraden de balancerende kater. Houterig overweegt hij zijn stappen. De soepelheid is hij een leven geleden verloren. Hij stapt mis, maar zijn nagels redden hem van een ondergang. Nu bungelt er een kater hoog boven het gazon. Zijn naam is Sammy.

Apenstreken

Ik schrik me het apelazarus. De gorilla tegenover mij brult. Zijn kroost ruikt aan de rondslingerende uitwerpselen alvorens ze er poepballen van maken en elkaar beschieten. Ze lachen, zo klinkt het. Een behendige worp zou mij recht in het gezicht raken, maar kogelwerend glas verhindert de aanslag. Nu lachen ze niet meer; ik wel.