Vroeger was alles beter. Dat weet iedereen, behalve zij die te jong zijn om met weemoed aan het verleden te denken. Zij zullen het echter nog leren, zodra de jeugdpuistjes en de depressieve buien vervallen. Wis en waarachtig!
Vroeger was alles beter. Dat weet iedereen, behalve zij die te jong zijn om met weemoed aan het verleden te denken. Zij zullen het echter nog leren, zodra de jeugdpuistjes en de depressieve buien vervallen. Wis en waarachtig!
Ik knik. Dat doe ik wel vaker, knikken. Ik heb de gedateerde gewoonte om mijn medemens te groeten tijdens een wandeling door een park of tijdens de glibberige queeste die leidt naar de supermarkt. Ik kijk de tegenligger in de ogen (eerste fase), druk mijn tweede welvaartskin tegen mijn adamsappel (tweede fase) en wens hem of haar een uitmuntende morgen, middag of avond (de derde fase).