De VVD en het failliet van democratisch Nederland

Corruptie, bonnetjes, ongelukkige nevenfuncties. Er is een hoop te doen over de VVD. Ik heb wel eens op de liberalen gestemd. Meer dan eens, in alle eerlijkheid. Ooit was ik goed rechts. Ik las de Elsevier en ik geloofde in het liberalisme. Dat is vanzelf overgegaan, het liberale aspect tenminste – de Elsevier lees ik nog altijd graag, zolang het nog kan. Ik ging zelfs nog verder dan het liberalisme en noemde mijzelf publiekelijk libertariër. Ik geloof in absolute vrijheid zoals sommigen in God geloven: je vindt het een fijn idee, maar je weet dat het bestaan eigenlijk ondenkbaar is.

Het hokje van de Roemeen

Eind 2013 schreef ik een opiniestuk voor misschien wel de beste krant van Nederland. Nette mensen en slechts een paar rotte appels. Hierin weerlegde ik de profetische woorden van Geert Wilders die de burger waarschuwde voor een ‘tsunami’ van Roemenen en Bulgaren. Ik stoorde mij aan alle populistische prietpraat. Ik wilde dat we het opnieuw over mensen zouden hebben. In het stuk behandelde ik stereotypen met een sloophamer. Toch besloot de beeldredactie van Trouw om er een foto bij te plaatsen van het meest armtierige hutje dat in Roemenië te vinden is. Een armoedig bouwsel gemaakt van rot hout, lappen stof, kerst-inpakpapier en golfplaten. Sneeuw en blubber, buitenwas en een bont vrouwtje. De ondertitel: het Roemeense platteland. Een indringend beeld, dat zeker, maar onjuist en stigmatiserend bovendien.