Het hokje van de Roemeen

Eind 2013 schreef ik een opiniestuk voor misschien wel de beste krant van Nederland. Nette mensen en slechts een paar rotte appels. Hierin weerlegde ik de profetische woorden van Geert Wilders die de burger waarschuwde voor een ‘tsunami’ van Roemenen en Bulgaren. Ik stoorde mij aan alle populistische prietpraat. Ik wilde dat we het opnieuw over mensen zouden hebben. In het stuk behandelde ik stereotypen met een sloophamer. Toch besloot de beeldredactie van Trouw om er een foto bij te plaatsen van het meest armtierige hutje dat in Roemenië te vinden is. Een armoedig bouwsel gemaakt van rot hout, lappen stof, kerst-inpakpapier en golfplaten. Sneeuw en blubber, buitenwas en een bont vrouwtje. De ondertitel: het Roemeense platteland. Een indringend beeld, dat zeker, maar onjuist en stigmatiserend bovendien.

Nederlander zet Roemenië wél op de kaart

Een Nederlandse toerist heeft eigenhandig Roemenië op de kaart gezet. Peter Schagen vierde samen met zijn vriendin acht dagen vakantie in het Zuidoost-Europese land en legde deze reis vast op camera. Hij bracht twee uur aan beeldschoon videomateriaal terug naar bijna drie minuten. De vakantiekiekjes van Peter en zijn vriendin werden massaal opgepikt door de Roemeense media en bloggers. Vanuit Roemeens oogpunt is die prestatie vleiend en erg zorgelijk tegelijkertijd. Want waarom doet een hobbyproject van een Nederlandse freelancer iets wat de Roemeense staat niet voor elkaar krijgt?