Iedere morgen stond onze buurman vroeg op om noeste arbeid te leveren. Dat omschrijf ik met archaïsche woorden, omdat ons Pim buitengewoon ouderwets te werk ging. Niemand wist precies waar hij aan werkte, tussen de vier benauwde muren van zijn garage, maar de hele straat hoorde hem hameren en zagen. Een boormachine of tube lijm waren er niet bij. De eerste dagen was ik blij dat hij een hobby had gevonden. Lekker knutselen. Iets om zijn leven draaglijk te maken, zo-even na de zelfdoding van zijn zoon – een tragedie die je ons Pim niet toewenste; zijn vrouw wel, het kreng, dat haar eigen zoon min of meer de dood inpraatte.