Angst

Ik heb nooit voor mijzelf geschreven. Misschien een beetje, maar nog meer nog voor de lezer. Zelf lees ik liever een boek van een ander, van Gabriel García Márquez, van Alexandre Dumas, van Dostojevski, van Dimitri Verhulst, Jan van Mersbergen, Tommy Wieringa of van wie dan ook. Sommige schrijvers schrijven alleen voor zichzelf. De lezer komt later, of helemaal niet. Het interesseert hen niets. Dat vind ik knap en wijs. De laatste dagen kan ik de slaap niet vatten. Het is niet dat ik niet moe ben, integendeel zelfs. Ik ben doodop. Ik kan niet inslapen, omdat ik Klaas Vaak telkens opnieuw verjaag met mijn malende en eindeloos herhalende gedachten.

De nachtelijke besognes van Bram Peters

Toen de nacht inviel, draaide Bram Peters de toiletdeur van het slot, zette deze voorzichtig open en vergrootte de kier door zijn hoofd voorzichtig door de ontstane opening te duwen. Hij had enkele uren in het donker gezeten, waardoor zijn ogen gewend waren om schimmen te onderscheiden. De overloop was van alle leven ontdaan, zag hij, maar hij wilde er zeker van zijn. Hij luisterde of er iemand was achter een van de vele deuren. Een minuutlang bleef het stil. En ook de volgende drie minuten suisde enkel de meest zuivere stilte zijn oren binnen.