Een groet doet goed / Een groet voelt goed

Ik knik. Dat doe ik wel vaker, knikken. Ik heb de gedateerde gewoonte om mijn medemens te groeten tijdens een wandeling door een park of tijdens de glibberige queeste die leidt naar de supermarkt. Ik kijk de tegenligger in de ogen (eerste fase), druk mijn tweede welvaartskin tegen mijn adamsappel (tweede fase) en wens hem of haar een uitmuntende morgen, middag of avond (de derde fase).

Woordwoensdag: Knoflookcrisis redt woordencrisis

Het is een jaarlijkse traditie om het beste woord van het desbetreffende jaar te selecteren en te eren. Onze dikke woordenbewaker, Van Dale, zorgt steevast voor een spannende competitie, waar geheel volgens ondemocratische normen en waarden de stem van het volk regeert. 2009 schonk ons ‘ontvrienden’ (gevolgd door nummer twee ‘Mexicaanse griep’ en de eeuwige drie ‘hypotheekleed’). Het hoge woord is eruit: de woordencrisis is passé. Dit jaar belooft een eclatante winnaar.