Log 3 min

Eerste keer

De wereld leek zaterdag 13 oktober 2012 te vergaan. De Maya’s krijgen gelijk, dacht ik. Ik hing met een elleboog aan de bar. Ik dronk bier in Veghel. Nooit gedacht dat ik dat ooit zou doen, bier drinken in Veghel, en ik moet het nog eens overdoen om u te vertellen hoe Veghels bier smaakt. Het podium – een harig verhoginkje – was slechts een paar passen van mij verwijderd. In de hoek stond een piano. De toetsen bleven onaangetast; het podium was die avond van de literatuur. De Veghelse stadsdichter Bas Geeraets leidde de avond in en vroeg om een applaus voor Stefan Popa. Het applaus stuwde mij naar het podium. Ik stak mijn hand in mijn broekzak. Dat heb ik Tommy Wieringa eens zien doen. En Remco Campert. Niet dat ik aan een van hen dacht. Ik deed. Ik probeerde het podium te overleven en dat deed ik met een gevulde broekzak. Vroeger zou ik in paniek raken door alle mensen die verwachtingsvol naar mij keken. Maar die zaterdag in Veghel niet. Ik weet nog dat ik dacht: wat is die Bas verdomd klein. De microfoon wees naar mijn kin. Eerder op de avond probeerde ik het diner… Lees verder Eerste keer

De wereld leek zaterdag 13 oktober 2012 te vergaan. De Maya’s krijgen gelijk, dacht ik. Ik hing met een elleboog aan de bar. Ik dronk bier in Veghel. Nooit gedacht dat ik dat ooit zou doen, bier drinken in Veghel, en ik moet het nog eens overdoen om u te vertellen hoe Veghels bier smaakt. Het podium – een harig verhoginkje – was slechts een paar passen van mij verwijderd. In de hoek stond een piano. De toetsen bleven onaangetast; het podium was die avond van de literatuur. De Veghelse stadsdichter Bas Geeraets leidde de avond in en vroeg om een applaus voor Stefan Popa.

Het applaus stuwde mij naar het podium. Ik stak mijn hand in mijn broekzak. Dat heb ik Tommy Wieringa eens zien doen. En Remco Campert. Niet dat ik aan een van hen dacht. Ik deed. Ik probeerde het podium te overleven en dat deed ik met een gevulde broekzak. Vroeger zou ik in paniek raken door alle mensen die verwachtingsvol naar mij keken. Maar die zaterdag in Veghel niet. Ik weet nog dat ik dacht: wat is die Bas verdomd klein. De microfoon wees naar mijn kin.

Eerder op de avond probeerde ik het diner te betalen, maar de pincode was verdwenen in mijn onrust. Goed: ik was maar één cijfer kwijt, maar dan is pinnen lastig. Gelukkig wist mijn vriendin – of ja: muze – de code te kraken. Maar daar kon ik beter niet meer aan denken.

Plots begon ik. ‘Ik kan niet praten, laat mij maar schrijven,’ hoorde ik mijzelf voorlezen. Ik was inmiddels op pagina vier van de vijf. Het stuk dat ik voordroeg, heette Bang. En bang was ik, want het was immers mijn eerste voordracht. ‘Iedereen gaat dood,’ relativeerde collega Tom Lievens voor en na mijn optreden. Is hij helemaal van de pot gerukt? Ja, dat is hij. Maar hij had wonderwel een punt.

Ik bracht het er levend vanaf. De homofiele Piet drukte zijn natte neus in mijn kruis. Het deerde mij niet. Ik hoefde het podium niet meer op. Ik legde mijn elleboog weer op de bar en leerde van de literatoren die over het podium heersten: Mas Papo, Daniëlle Hermans, Tom Lievens, Mariëtta Nollen en tot slot Bas Geeraets.

Het was bijzonder koud in de zaal, maar het enthousiasme hield mij warm. Woorden dansten. Een laatste applaus. Complimenten werden uitgedeeld, evenals handen en kussen. Mariëtta Nollen legde Piet aan de lijn en vertrok. Mijn vriendin en ik gingen haar achterna. ‘Ik ben trots op je,’ zei mijn vriendin, mijn muze, terwijl de duisternis van Veghel ons omhulde.

‘Ik ook,’ antwoordde ik. Ik wilde ergens drinken. En pinnen.

De laatste eilanders - Voorjaar 2026
Voorjaar 2026 · HarperCollins Holland

De laatste eilanders

De laatste eilanders vertelt het waargebeurde verhaal van Ada Kaleh, een Ottomaans eiland in de Donau dat moest verdwijnen voor de vooruitgang. Over drie vrienden die zich verzetten tegen het water en een communistisch regime. Een historische roman over liefde, verlies en wat er overblijft wanneer een wereld ondergaat.